maandag  06 september 2010 05:27 fr

Wat mag u wel of niet doen met uw gezinswoning?

WONEN

Als u gaat samenwonen en intrekt in de woning van uw partner, kan die u op elk moment op straat zetten. Maar dat kan hij niet meer zodra u wettelijk samenwoont of gehuwd bent. Voor de gezins­woning gelden allerlei wettelijke regels, die afhangen van hoe u samenwoont en van wie de woning is. 

Aanmelden

is de som van 1 + 2

(netto) - De gezinswoning is de woning waarin u als koppel samenwoont. Het is niet noodzakelijk dat u beiden eigenaar bent van de woning of die samen huurt. Het kan zijn dat een van de partners de woning al bezit of huurt en dat de andere partner na een tijd bij hem of haar intrekt.

Omdat de gezinswoning zo’n centrale plaats inneemt in het dagelijkse leven, zijn er specifieke regels over opgenomen in de wet. Maar die gelden enkel als u gehuwd bent of wettelijk samenwoont. Woont u feitelijk samen, dan zorgt u dus best zelf voor een regeling, bijvoorbeeld in een samenlevingscontract.
 
Aan de hand van twee voorbeelden illustreren we de wirwar rond het concept van de gezinswoning. An trekt in bij Bas in de woning die hij al 2 jaar huurt. Hans  van zijn kant gaat na zijn scheiding inwonen bij zijn nieuwe vriendin Gerda in de woning die Gerda 5 jaar geleden toegewezen kreeg na haar echtscheiding.

1) Bas huurt, An trekt bij hem in

Zolang An en Bas feitelijk samenwonen en de naam van An niet vermeld staat in het huurcontract, heeft An geen enkel recht, maar ook geen enkele verplichting tegenover de huurwoning. Bas blijft als enige verantwoordelijk om de huur te betalen, maar hij kan ook op eigen houtje het huurcontract opzeggen. En hij kan An op elk moment vragen om te vertrekken.

  • An wordt medehuurder: het beste wat An kan doen is vragen aan de verhuurder om haar naam mee op te nemen in het huurcontract. Bas en de verhuurder moeten daarmee akkoord gaan. “De verhuurder zal daar meestal geen graten in zien. Hij zal dan ook An kunnen aanspreken om de huur of andere eventuele vergoedingen te betalen”, legt notaris Anthony Wittesaele uit. Gaan An en Bas uiteen, dan hebben ze beiden evenveel recht om het huis te blijven huren. Ze zullen onderling moeten overeenkomen wie in de woning kan blijven.
  • Bas sterft: als Bas sterft voordat de naam van An in het huurcontract met de verhuurder is opgenomen, dan heeft zij geen enkel recht op de woning. De verhuurder kan haar dan vragen om te vertrekken. Dat verandert als An en Bas zouden beslissen om te trouwen of om wettelijk samen te wonen. An wordt dan van rechtswege medehuurder. Zij wordt dan ook medeverantwoordelijk voor het betalen van de huur. Bij het overlijden van Bas loopt het huurcontract gewoon door voor An en omgekeerd. Als An en Bas uit elkaar zouden gaan en ze komen onderling niet overeen wie de woning zal blijven huren, dan zal de rechter bepalen wie de woning moet verlaten.
2) Hans gaat inwonen in het huis van Gerda

Zolang Hans en Gerda feitelijk samenwonen, zit Hans in een zwakke positie. Gerda zou hem op elk moment op straat kunnen zetten en wettelijk gezien mag zij alle beslissingen over de woning op eigen houtje nemen. Het maakt niet uit of Hans en Gerda
1 jaar, 2 jaar of zelfs 20 jaar samenwonen in dit huis.

Hans en Gerda zouden in een samenlevingscontract kunnen bepalen dat Gerda de gezinswoning niet kan verkopen zonder het akkoord van Hans. Maar als Gerda het huis toch verkoopt zonder het akkoord van Hans, is de koop tóch geldig afgesloten. Hans kan dan alleen een schadevergoeding eisen.

  • Hans en Gerda gaan trouwen of wettelijk samenwonen: dat verandert als ze wettelijk gaan samenwonen of trouwen. Vanaf dan geldt dat de eigenaar, Gerda dus, het huis niet mag verkopen, wegschenken of er een hypotheek op nemen zonder het akkoord van Hans. Hans wint dus aan zekerheid, terwijl Gerda aan vrijheid inboet. Daar staat ze best toch even bij stil, weet notaris Wittesaele die daarvoor verwijst naar uitspraken van rechters. “Als de relatie spaak loopt, zou de vrederechter kunnen beslissen om het voorlopige woonrecht toe te kennen aan Hans als de rechter oordeelt dat hij er meer mee gebaat is dan Gerda.”
  • Gerda maakt schulden:op het moment dat Hans bij Gerda intrekt, neemt hij al zijn meubels mee. Die van Gerda waren toch dringend aan vervanging toe. Hans doet er dan goed aan om alle aankoopfacturen goed bij te houden. Want het is mogelijk dat Gerda schulden heeft of maakt waar Hans niets van afweet. Gerda’s schuldeisers zouden dan beslag kunnen leggen op Hans’ meubels. Er wordt immers van uitgegaan dat alles wat in een woning staat, ook eigendom is van de eigenaar van die woning. Een boedelbeschrijving of een inventaris is een andere manier om te voorkomen dat er beslag zou worden gelegd op Hans’ spullen. In zo’n inventaris, die u kunt laten registreren, lijst u op welke goederen van wie zijn.
Gerda sterft
  • Als Hans en Gerda gehuwd waren, dan zou Hans minstens het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel erven. Dat betekent dat hij in de woning kan blijven wonen. Dit vruchtgebruik op de gezinswoning kan hem nooit ontnomen worden. Zelfs als ze dat zou willen, kan Gerda er niet van afwijken, bijvoorbeeld door in een testament het vruchtgebruik op de gezinswoning toe te wijzen aan haar ouders.
  • Woonden Hans en Gerda wettelijk samen, dan erft Hans eveneens het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel. Maar toch is er een verschil met het geval als Hans en Gerda gehuwd zouden zijn. Als ze dat wil, kan Gerda in een testament het vruchtgebruik op de gezinswoning toewijzen aan iemand anders. Omdat een testament een persoonlijk document is, kan ze dat zelfs doen zonder Hans daarover op voorhand te informeren.
  • Woonden Hans en Gerda feitelijk samen, dan erft Hans niet automatisch van Gerda. “De erfgenamen van Gerda (bijvoorbeeld haar ouders of kinderen uit een vorige relatie) kunnen Hans dus vragen om uit de woning te vertrekken. Zij moeten een redelijke opzegtermijn respecteren, maar kunnen voor het gebruik van de woning tijdens die opzegperiode een vergoeding vragen”, waarschuwt notaris Wittesaele.
  • Om dat te vermijden zou Hans een levenslang huurcontract kunnen afsluiten met Gerda. Zo verkrijgt hij de zekerheid dat hij voor de rest van zijn leven in de woning kan blijven wonen. Een andere optie is via een testament. "Daarin zou Gerda kunnen opnemen dat na haar overlijden Hans nog 6 maanden of een jaar in de woning mag blijven wonen", legt notaris Wittesaele uit. Via een testament kan u ook het vruchtgebruik of de volle eigendom van de woning aan uw partner toewijzen. Maar uw bewegingsvrijheid is beperkt door de regels over de wettelijke reserve. Die houden in dat de reservataire erfgenamen (uw kinderen uit een vorige relatie, ouders,) altijd recht hebben op een minimaal deel (de reserve). Kent Gerda in een testament het vruchtgebruik toe aan Hans en raakt ze daardoor aan de reserve, dan kunnen haar wettelijke  erfgenamen zich daartegen verzetten. Hans zal in dat geval dus niet op zijn beide oren kunnen slapen.

NB - 17:39 - 02/02/2010 Copyright © netto.be

Lees meer artikels over: Wonen

Betaal minder belastingen

Personal Finance

Hoe beschikbaar bent u voor uw werkgever buiten de werkuren?

Ontvang gratis onze nieuwsbrief